
Na onze avonturen in Myanmar zijn we terug gevlogen naar "good old" Bangkok. Tijdens deze totale reis was het alweer de 5de keer dat we in Bangkok waren, en als je het aan ons vraagt is dit toch echt een paar keer te veel! Dus de volgende dag zijn we met de nachtbus richting Maleisie vertrokken, na 11 uur in de nachtbus moetsen we overstappen naar een mini-busje. Tijdens het wachten op dit busje, kwamen we erachter dat we te maken hadden gehad met de oeroude thaise traditie genaamd: "De backpacks van toeristen leeghalen en kijken of er iets waardevol in zit, en vervolgens alles heel slim op een andere plek terugstoppen zodat de eigenaars direct na het openen van hun tas zien, dat er in hun tas gezeten is". Dimitri had dit door voordat de bus wegreed en liep er niet al te vriendelijk op af, helaas waren deze thaien wel weer zo slim om de deuren snel dicht te doen en weg te rijden. Gelukkig hadden we niks van waarde in onze grote backpacks zitten, dus we konden gelukkig met aL onze spullen de weg vervolgen. Na 3 verschillende busjes en vooral veel op deze busjes gewacht te hebben, waren we om 12 uur 's nachts bij ons eerste Guest house in Maleisie. Na onze langst aaneen gesloten reis van 28 uur waren we ook wel toe aan een echt bedje. De volgende dag zijn we direct door gegaan naar een dorpje in de Cameron Highlands, dit dorpje ligt in de bergen waar het klimaat weer heerlijk koel was! De Cameron highlands staan vol met theeplantages die we dan ook veel gezien hebben en ook hebben we hier een korte toer door de jungle gedaan!
Hierna zijn we doorgegaan naar Melaka, een stadje met veel nederlandse invloeden door het koloniale verleden. Dit zie je terug in o.a. het "stadhuys" en nederlandse straatnamen. In Melaka hebben we ook de halve finale van het wk gekeken, midden in de nacht bij een restaurantje wat speciaal voor ons open bleef. Ook hebben we hier de verjaardag van lotte gevierd met een echt taartje! Toen was het tijd voor de grote stad, Kuala Lumpur. Kuala Lumpur is een grote westerse stad met veel wolken krabbers, goede wegen en stoplichten waar mensen zich ook echt aan houden. Wat helaas ook meteen opviel, waren de westerse prijzen voor de hotels en guest houses. We zijn hier 3 dagen gebleven, waarin we naar de bekende Petronas towers zijn geweest en naar verschillende hele grote shopping malls. Onze laatste nacht in Kuala Lumpur was de nacht van de WK-Finale, die hier midden in de nacht begon en waardoor we maar 2 uur konden slapen voor onze vlucht naar Jakarta (Indonesie)
In Jakarta aangekomen kwamen we erachter dat het nu echt hoogseizoen is geworden en dat veel van de goedkopere slaapplaatsen vol zitten. Dus vaak lang zoeken naar een slaapplaats. Onze eerste 2 stops in Indonesie waren Jakarta en Bandung, dit zijn 2 grote, drukke steden waar we niet lang zijn gebleven. Na Bandung zijn naar 1 van de vele vulkanen van Indonesie geweest. Na een tijdje bergop gelopen te hebben kwamen we bij de krater van de vulkaan, en liepen we gewoon door en over een actieve vulkaan!! Echt heel gaaf en appart opm mee te maken! Overal komt stoom, lava en heet water uit de Grond! Dus goed opletten waar je loopt en je neus dichthouden, want het ruikt er heel vies naar rotte eieren. Hierna 8 uur met de trein door hele mooie natuur met vooral veel rijstvelden en verschillende vulkanen. Na deze treinrit waren we aangekomen in Yogyakarta. Hier was het ook weer heel erg druk, na 2 uur rondlopen hadden we eindelijk een Guest house gevonden. Vanuit hier hebben we een 3 daagse tour geboekt naar 2 vulkanen en met als eindbestemming Bali. Het waren 3 slopende dagen; eerst 8 uur in de bus naar een dorpje in de buurt van de bekende Bromo vulkaan. Volgende ochtend, of eigenlijk midden in de nacht om half 3 opstaan om met een jeep naar een uitzichtpunt te rijden vanwaar je de Bromo en 2 andere vulkanen bij zonsopkomst kon zien. Echt de moeite waard, alleen jammer dat er nog een paar honderd andere mensen waren die net als ons stonden te vernikkelen in de kou (3 graden, zonder jas, want die hebben we niet bij ons.) Daarna met de jeep naar de Bromo zelf, hier konden we via een pad boven op komen en genieten van een mooi uitzicht op de krater. Om half 9 's ochtends waren we weer terug bij het hotel, voor ons gevoel was het het alweer bijna avond. Hier snel ontbeten en verder met de bus naar een dorpje bij de volgende vulkaan "de Iljen". Volgende ochtend (weer half 3) met een busje naar de vulkaan. Hier eerst een klim gemaakt van 1,5 uur (best zwaar voor sommige onder ons, waar is die conditie gebleven) naar de top van de vulkaan. Onderweg kwamen we allemaal mannen tegen die met 110 kilo zwavel op hun rug vanuit de krater naar beneden lopen. Echt niet normaal zwaar werk, echt heel erg veel respect voor deze mannen die 2 keer per dag die vulkaan op en af lopen!!! Eenmaal bovenop keken we uit op het zwavelmeer dat supergroen was. We zijn ook helemaal naar beneden de krater in gelopen, waar de mannen het zwavel uit de berg hakken en ook hier rook het weer lekker naar rotte eieren!! Ondanks dat we weer midden in de nacht opgestaan waren was dit wel echt de gaafste vulkaan, in tegenstelling tot de Bromo waren hier haast geen andere toeristen, dat maakt het ook een stuk specialer. Toen weer het busje in, en op naar Bali. Na deze paar dagen waren we wel toe aan een beetje bijkomen op het strand! Aangekomen in Legian(soort Lorett van Bali) hadden we door dat je niet echt lekker kon chillen tussen alle schreeuwende, zuipende en dronken toeristen hier. Dus de volgende dag zijn we direct doorgegaan naar Lombok. Hier zijn we naar het plaatsje Kuta gegaan, wat bekend staat om de hoge golven en de mooie stranden. Ook hier zaten de meeste guest houses en Hotels vol, dus het was weer even zoeken. In Kuta hebben we gelukkig wel lekker kunnen chillen!! Na een paar dagen strand zijn we doorgegaan naar de Gili Islands. Dit zijn 3 eilandjes bij het noorden van Lombok. Wij zijn naar de middelste geweest; Gili meno. Echt een bounty eilandje!! Met een turqoise zee, witte stranden, palmbomen en veel koraal met mooie vissen en schildpadden! Het eilandje kan je binnen een uur rondlopen, en is dus echt heel erg klein. Hier hebben we 5 dagen heerlijk gechillt, gesnorkeld, gegeten en aan ons kleurtje gewerkt. Top dus!! Toen terug naar Bali,naar Ubud, in het midden van Bali. In dit kunstenaarsdorpje hebben we veel geshopt, onze tassen zitten nu echt vol!! Morgen vertrekken we naar de kust voor nog 2 dagen strand en de 7de vliegen we naar Singapore om daar nog even de Flowrider te testen!!
En vervolgens komen we de 10e aan in Nederland en zit onze reis er al weer op!!!
Tot dan!!
Dit was het dan voor het verslag vanuit azie!!
We hopen dat jullie het leuk vonden om ons te volgen!!
Bedankt voor het lezen en reageren!!!
X Dimitri en Lotte
Eindelijk weer een nieuwe update!
We hebben bijna 3 weken door Myanmar (het vroegere Birma) gereisd. Vooraf stond dit niet op de planning maar door goede verhalen van Dick, Peter en Wouter hebben we toch besloten om hier heen te gaan, en we hebben er absoluut geen spijt van gehad, dus thanks voor de tips!
Myanmar is het grootste land van Zuid Oost Azie. Het is groter dan Duitsland en Groot Brittanie samen en ligt ten westen van Thailand. Myanmar is nog niet zo lang toegankelijk voor toeristen, pas vanaf 1994, maar het massatoerisme zoals in de rest van Zuid Oost Azie blijft vooralsnog uit. Dit heeft waarschijnlijk te maken met de binnenlandse politieke situatie, maar zelf merk je daar bijna niks van. Het land is nog wel erg arm en wat dat betreft is het vergelijkbaar met Laos, maar toch weer heel anders!
Myanmar begon met veel regen, we zaten ook in het begin van het regenseizoen, maar gelukkig viel het de rest van de tijd mee! De eerste ervaringen met de Birmezen waren al gelijk heel anders dan met de andere Aziaten, heel vriendelijk, niet opdringerig, heel geinteresseerd, leuk dus! (niet dat de andere Aziaten allemaal vreselijk zijn natuurlijk, maar verschil merk je wel).
Met een gammele bus over een slechte weg werden we naar ons eerste Guesthouse in Yangon, de hoofdstad, gereden en zijn we na een ontbijtje ons bedje ingedoken.
De volgende dag hebben we de eerste indrukken van Yangon en Myanmar opgedaan; je moet goed opletten waar je loopt, de straten en stoepen zitten vol met gaten en zijn erg slecht. We dachten eerst allemaal bloed op straat te zien liggen (is het hier zo gevaarlijk?!), maar dat bleek rood speeksel te zijn van iets waar alle Birmezen op kauwen en de hele dag op straat uitspugen (en het smaakt ook goor!, he Dim!) Ook moeten we erg wennen aan de Longyi's, bijna alle mannen (ook vrouwen trouwens) lopen in een soort lange rok, dat is nog de traditie hier.
In heel Myanmar zijn geen pinautomaten, we hebben genoeg dollars moeten meenemen en die moesten we in Myanmar inwisselen voor het locale geld, de kyats. Omwisselen kan niet bij een bank, maar dat gebeurd op de zwarte markt, op straat dus. Iedereen waarschuwt je voor criminele mannetjes die je oplichten, maar gelukkig is het bij ons goedgegaan.
In Myanmar wordt het boedisme nog sterk nageleefd, er lopen dan ook heel veel monnikken rond, die trouwens echt super leuk zijn om te fotograferen! Bij de belangrijkste pagoda van Myanmar, de Schwezigon pagoda, liepen ook vele monnikken rond. Marissa stond al snel met eentje te praten, in het begin is dat best raar, maar zij vinden het juist leuk om met buitenlanders te praten, ook om hun engels te oefenen. Later werden we aangesproken door een student die daar met een monnik was en werden we uitgenodigd om de volgende dag naar hun klooster te komen waar die student ook woonde. Dat sloegen we natuurlijk niet af en de volgende ochtend stond de student voor het klooster op ons te wachten. Helaas moest Marissa afhaken want zij had haar eerste buikgriepje te pakken. De student heeft ons van alles verteld over Myanmar, het boedisme, het klooster en zijn we in zijn ‘huis' geweest; een klein rieten kamertje waar 3 monnikken op een houten bedje slapen en hijzelf en nog een paar jongens gewoon op de grond slapen. Heel apart om te zien hoe die mensen leven. In zijn ‘huis' heeft Dim een echte Birmeese sigaar geprobeerd en hebben we nog met wat monnikken gesproken. De meesten kunnen goed Engels, wat ze gratis kunnen leren in het klooster.
Die avond was de openingswedstrijd van het WK. Dim was vooraf een beetje bang dat we het WK misschien niet konden kijken in Myanmar, maar dat is echt geen problem, iedereen is hier helemaal voetbalgek! Overal hangen posters met het programma, er wordt reclame gemaakt en als je zegt dat je uit Nederland komt in hun eerste reactie; ‘ Van Persie' . De openingswedstrijd hebben we met allemaal Birmezen in een Teashop gekeken, een oud pand met een tv en vooral veel mannen (met rokken!) op plastic krukjes , heel apart! We keken al uit naar de eerste wedstrijd van Nederland!
In Myanmar komen sowiezo niet heel veel toeristen, maar nu is het ook nog eens laagseizoen. De enige plek waar je andere toeristen tegenkomt is in het guesthouse, op straat ben je bijna altijd de enige buitenlander en we worden dan ook geregeld nagekeken.
Toen was het tijd voor de volgende bestemming; Bagan. Al voorbereid om het ergste viel de (nacht)bus erg mee, het was zelfs luxe! Helaas kunnen de Birmezen echt niet zonder tv en het liefst met de slechte soaps en zo hard mogelijk zodat je je eigen ipod niet meer kan horen! Daar moesten we wel even aan wennen, maar je moet je aanpassen als je de enige tourist in de bus bent! Onderweg midden in de nacht moesten we een paar keer de bus uit voor paspoortcontrole door de regering. Dus iedereen de bus uit, het leek wel alsof je een grens overstak, maar we kregen helaas nog net geen stempeltje in ons paspoort! En dit was niet alleen voor de buitenlanders, ook de Birmezen moesten hun paspoort laten zien, het blijft vreemd!
2 uur eerder dan gepland stond we om 4 uur ‘ s nachts dan opeens in Bagan. Normaal moet je bij een reistijd 1 of 2 uur opstellen, maar in Myanmar moet je er standaard 2 uur vanaf trekken. Maar goed, in Bagan aangekomen stond er geen taxi of tuktuk op ons te wachten, maar een paard en wagen!!! Half slaperig vraag je je dan echt even af of je niet aan het dromen bent! Maar het was dus echt zo, dus tassen op de paardenkar en op naar het guesthouse om nog even te slapen. Die avond speelde Nederland de eerste wedstrijd, dus in onze oranje outfits liepen we door het dorpje opzoek naar de beste spot om de wedstrijd te kijken. Aan kleine tv's geen gebrek, maar gelukkig was er een restaurantje die een flatscreen had staan. Samen met een andere Nederlander (waar kom je ze niet tegen?) en heel veel Birmezen hebben we de wedstrijd gekeken. Anders dan met vrienden in Nederland, maar dit heeft ook wel weer wat!
De volgende ochtend om 9 uur stond een paard en wagen op ons te wachten. Helaas kwam de regen met bakken uit de hemel en hebben we na 3 uur de toer van die dag gestaakt, na helemaal doorweekt te zijn. Het is die dag ook niet meer droog geworden! Nieuwe dag, nieuwe kansen, de zon scheen zelfs! Bagan was heel vroeger de hoofdstad van het Birmaanse rijk en staat volgebouwd met duizenden pagodes, tempels, stoepa's en meditation rooms. Vele temples kan je beklimmen en de uitzichten hiervanaf zijn het mooiste, je kan eindeloos kijken en overal steken torentjes uit! Ook de zonsondergang was echt super!
De volgende dag hebben we Bagan verder verkend op de fiets. Ook nog een leuk vrouwtje ontmoet die ons de traditionele make up op smeerde. Deze ‘ smink', zoals wij het noemen, smeert iedereen op hun gezicht tegen de zon, maar ook omdat ze het gewoon mooi vinden. Op de wangen en neus smeren ze het expres niet uit, dat zou dan mooi moeten zijn. Wij moesten er dus ook aan geloven en om het verhaal compleet te maken kregen we ook nog een longyi (rok) aan.
Bij elke tempel of pagode wodt je ongeveer aangevallen door verkopers van beelden en schilderijen. Dat wordt op een gegeven moment wel irritant, maar ook wel logisch als je je beseft dat er nu bijna geen toeristen zijn en dat dat hun enige bron van inkomsten is.
Het was weer tijd voor de volgende bestemming; Mandelay. Dit is de oude hoofdstad van Myanmar, een grote drukke stad. In de buurt van mandelay is de langste teakhouten brug van de wereld (1200m) waar we bij zondsondergang overheen hebben gelopen en vele foto's van vooral monnikken hebben gemaakt. Ook hier waren we bijna de enige tourist en monnikken vroegen ons of zij met ons op de foto mochten; natuurlijk! Want wij willen ook met hun op de foto!
De volgende dag zijn we met een local die 30 jaar monnik is geweest met het locale vervoer door Mandelay getoerd. Ook bezochten we zijn oude klooster waar Dim als monnik is bekeerd; een monnik bood hem aan om zijn kleren aan te doen, iets wat volgens velen niet vaak gebeurd, super cool dus!
Toen terug met de locale bus die pas weggaat als die helemaal vol zit, dit betekent ook nog een stuk of 10 mensen op het dak, o.a. wij. We waren echt een bezienswaardigheid daar op het dak, iedereen zwaaide, wees en lachte naar ons, en wij maar terug zwaaien, we voelden ons net de koningin!
Volgende bestemming: Kalaw. Met de Nachtbus die weer 2 uur eerder aan kwam dan gepland, dus we waren om 2 uur ‘s nachts al in Kalaw. Deze keer hadden we niet zo'n geluk met de bus, stoelen die niet naar achter konden, geen beenruimte en uiterard weer die luidruchtige tv waar we maar niet aan kunnen wennen! Kalaw is een piepklein bergdorpje en waar, tegen alle verwachtingen in, het internet eindelijk weer een keer goed werkte. We konden dus eindelijk het thuisfront weer even op de hoogte stellen! Verder hebben we niet zo veel gedaan in Kalaw, vooral erg genieten van het heerlijke wat koelere klimaat en ‘s avonds met een fles locale rum (van 80 cent) op onze veranda chillen.
Toen door naar de laatste bestemming van Myanmar: Nyaung Shwe, een dorpje vlakbij het Inle Lake. Inle Lake is het grootste meer van Myanmar en staat bekend om z´n beenroeiers, die we hebben gespot tijdens ons boottochtje over het meer. De beenroeiers balanceren op 1 been op de voorkant van hun broodje, roeien met het andere been en zo hebben ze hun handen vrij om mee te vissen. Ziet er erg lastig uit!! Verder zie je op het meer floating gardens, deze tuinen drijven d.m.v. bamboe op het midden van het meer en hierop worden allerlei soorten groenten, vooral tomaten verbouwd. Ook zijn er hele dorpjes die op palen boven het water zijn gebouwd. We zijn ‘op bezoek' geweest bij een zilver smit, een sigarenmakerij, een handweef fabriekje waar we een heel gaaf spel hebben gespeeld: een soort sjoelen en poolen gecombineerd, echt super leuk!!
We waren in precies de goede week bij het Inle Lake, het was de examen week van de jonge monnikken uit de regio. Meer dan 2000 jonge monnikken verbleven die week in het dorpje waar wij ook verbleven, dus overal war je keek zag je monnikken lopen, onze fotokaartjes zijn bijna vol!! Elke dag om 10 uur lunchen de monnikken allemaal tegelijk in 1 ruimte, en wij konden niet het niet laten om even een kijkje te nemen. Ook wij waren weer een hele bezienswaardigheid voor hen en zij voor ons!! Ook hebben we daar midden in de nacht Nederland - Kameroen gekeken, als enige nachtbrakers in het hele dorp.
Toen was het helaas alweer tijd om terug te keren naar Yangon, om de volgende dag terug te vliegen naar Bangkok. We zijn echt heel blij dat we naar Myanmar zijn gegaan, al stond dat vooraf niet in de planning. Veel mooie en leuke dingen gezien en meegemaakt, ook super aardige mensen. Al met al echt een top land, echt een aanrader voor iedereen!!
Nu op weg naar Maleisie, Indonesie en Singapore! Afkicken van de temples, pagodes en monnikken en op naar de burka's en moskeen! We zijn benieuwd!
We zijn weer terug in Bangkok, waar we zijn begonnen.
Maar eerst wat over onze tijd in Cambodja.
Cambodja is 5 keer zo groot als Nederland en grenst aan Thailand, Vietnam en Laos. Net als Vietnam heeft Cambodja in de recente geschiedenis te maken gehad met oorlogen en wreedheden. Zo is Cambodja zwaar gebombardeerd tijdens de Vietnam oorlog en heeft het hierna te maken gehad met een van de ergste vormen van genocide.
Dit laatste staat bekend als het schrikbewind van de Rode Khmer. Dit bewind heeft van 1976 t/m 1979 geduurd en heeft ongeveer 2 miljoen mensen het leven gekost. Dit is 20% van de toenmalige bevolking.
Dit alles zijn natuurlijk niet erg leuke feiten maar is een stuk geschiedenis wat dit land maakt tot wat het is, niemand zal dit hier ooit vergeten.
Maar gelukkig zijn er ook hoogtepunten aanwezig in de geschiedenis van Cambodja, het rijk van Ankor is hier een groots voorbeeld van. Maar daarover later meer.
Aangekomen in Phnom Penh stonden Dick en Peter (2 ooms van Dimitri) ons op te wachten. Volgens mij hadden we het al verteld maar zij runnen daar een restaurant (El Mundo) en een ijssalon/coffeelounge (Chill). Hier zijn we ook als eerst naar toegegaan voor een rondleiding en een heerlijk Hollands broodje bal. Ook hebben we het zelfgemaakte ijs uit de ijssalon geproefd, heerlijk, passionfruit is onze favoriet!
Na deze heerlijke lunch gingen we naar ons hotel, oftewel ' Homestay Peter en Dick'. Een koelkast, tosti-ijzer, airco, grote kamer, tv en dvd's maakte dit tot ons meest luxe hotel/guesthouse van onze reis! Ook de waakhonden (Arie en Angel) hoorde tot deze luxe alleen was Lotte niet altijd blij met deze speelse honden.
De Killing Fields/Tuol Sleng museum zijn een van de belangrijkste bezienswaardigheden van Phnom Penh. De Killing Fields zijn de massagraven van de Rode Kmer. Tuol Sleng is een soort concentratiekamp waar mensen gevangen zaten voordat ze naar de Killing Fields werden gebracht. Heel indrukwekkend om te zien maar echt vrolijk word je er niet van. Ook hebben we het Royal Palace in Phnom Penh bezocht, een van de dingen die je daar gewoon gezien moet hebben, maar zeker de moeite waard. Verder hebben we wat rondgelopen in de stad, marktjes bekeken.
Onder leiding van onze gidsen, Peter en Dick, hebben het nachtleven van Phnom Penh meegemaakt. Eerst gepoold in een bar en toen naar de discotheek van Phnom Penh, de Hart of Darkness. Hele leuke avond gehad en lekker gedanst!
Verder hebben we vaak lekker gegeten in El Mundo, daar zelfs in de lounge de film Avatar gekeken en lekkere ijsjes gegeten in de ijssalon Chill. Nogmaals bedankt voor jullie gastvrijheid Peter en Dick, het was erg leuk en gezellig!
Na Phnom Penh gingen we alweer naar onze laatste bestemming in Cambodja, maar zeker niet de minste, Siem Reap met als hoogtepunt Ankor Wat.
Ankor was van de 9e tot de 14e eeuw de hoofdstad van het machtige rijk van de Khmer, dat vele landen in Azie omvatte. De tempels die in deze periode om en rond de stad verrezen zijn het hoogtepunt van de bouwkunst van Zuid Oost Azie. Niets in Europa is ook maar enigzins vergelijkbaar met deze monumentale bouwwerken die in grootsheid overeenkomen met de piramiden in Egypte. De monumenten staan sinds 1993 op de werelderfgoedlijst van Unesco als bevestiging dat ze tot de besten behoort dat de menselijke beschaving heeft voortgebracht.
We hebben de meeste en bekendste tempels gezien, Bayon en de Tha Prom waren onze favoriet. Na 1 dag van 's ochtends 7 uur tot 's avonds half 6 tempels te hebben bekeken waren we helemaal gesloopt en voldaan. Het was heel indrukwekkend allemaal. Ankor Wat was wel iets waar we naar uitkeken en dat is nu alweer voorbij, de tijd gaat echt zo snel!
Na een paar dagen Siem Reap zijn we verdergegaan naar Bangkok, de plek waar we de reis begonnen zijn. Raar om na 3 maanden weer in bangkok te zijn en of het nou ligt aan de onrustige tijden in Bangkok de afgelopen weken of dat het laagseizoen is, het is in ieder geval een stuk rustiger op Koh San Road, de backpackerstraat.
Omdat we nog een paar dagen moesten wachten totdat Marissa aan zou komen in Bangkok zijn we nog even een paar dagen naar een Thais eilandje gegaan, Koh Samet. Een heel klein eilandje met super wit zand, mooie blauwe zee en een hele relaxte sfeer. 5 Juni waren we weer terug in Bangkok om Marissa op te wachten die de laatste 2 maanden met ons mee gaat reizen.
10 juni vertrekken we naar Myanmar(Burma). Hoe lang we hier blijven weten we nog niet, we zien wel!
Ook is onze terugreis geboekt, we vliegen 10 augustus terug naar Nederland.
Een iets langere update dan de vorige keer, maar we liepen dan ook een paar weken achter!!
We waren geeindigd in Hue bij de laatste update. Hue was tot 1945 de oude hoofdstad van Vietnam totdat Ho Chi Minh aan de leiding kwam. De stad lag vlak bij de scheidslijn die in 1954 werd getrokken tussen Noord en Zuid Vietnam. Hue heeft het zwaar te verduren gehad tijdens de Vietnamoorlog. Van het Citadel, de zetel van het keizerlijk bestuur over Vietnam, was weinig meer over, maar er is veel gerestaureerd. Omdat het zich allemaal zo kort geleden heeft afgespeeld, maakte het veel indruk. De restauraties waren dan ook nog in volle gang.
Maar goed, hier hebben we dus een paar dagen rondgelopen.
De laatse weken hadden we niet heel veel zon gezien, eigenlijk alleen maar regen en wolken, maar in Hue begon de zon eindenlijk weer te schijnen en konden we goed gebruik maken van onze zwembad bij het hotel!!
Ook hebben we in Hue nog wat keizerlijke graven bezocht en zijn vervolgens naar Hoi An vetrokken.
Hoi An is echt het leukste stadje/dorpje van Vietnam. Het staat op de werelderfgoedlijst van Unesco en daardoor mogen de gebouwen ook hier niet hoger zijn dan 3 verdiepingen. Het is echt een schattig schilderachtig autovrij dorpje wat bekend staat om z'n kleermakers. Er zijn honderden kleermakers, je kan er echt niet omheen. Wij konden dan ook niet achterblijven om kleren te laten maken; het resultaat:
Lotte: 2 korte broekjes, 1 lange linnen broek, een bloesje, 2 truitjes en 3 jurken!
Dim: 3 overhemden en een driedelig pak!
En dat allemaal perfect op maat gemaakt, voor heel weinig geld! Elke dag zaten we bij onze kleermaker om kleren te passen en om nieuwe dingen uit te zoeken. Het houd je wel bezig!
Ook kunnen ze daar alle soorten schoenen en slippers maken, daar hebben we ons dus ook maar aan gewaagd; het resultaat: Lotte; 1 paar slippers en 2 paar schoenen, Dim; 1 paar schoenen.
We zijn in totaal 10 dagen in Hoi An gebleven, maar dat kwam ook omdat de ouders van Lotte 3 weken door Vietnam aan het reizen waren en we ze daar zouden meeten. We moesten dus even wachten voordat we weer verder konden. Hoi An is daar de perfecte plek voor in Vietnam, het heeft namelijk ook een super mooi breed zandstrand met grote hoge golven! De bodyboardjes stond klaar op het strand dus hebben wij met onze DWD Bodyboard ervaring ons aan de hoge golven gewaagd! De FlowRider bij DWD is er niks bij ;) !!!
Hoi An heeft ook vele Chinese invloeden, en de hele stad hangt vol met allerlei soorten lampionnetjes. Een keer per maand, als het volle maan is, gaan alle normale lampen uit en mogen alleen de lampionnetjes branden. Hoi An veranderd dan is een sfeervol schattig stadje, voor zover het dat nog niet was!
De laatste 2 dagen hebben we gezellig bijgekletst met de ouders van Lotte en zij waren de gelukkigen die onze souvenirtjes, op maat gemaakte kleding en schoenen mee naar huis mochten nemen! Heel relaxt, we kunnen weer opnieuw beginnen met dingen te kopen, want onze tassen zijn weer iets leger!
Vanuit Hoi An zijn we met de nachtbus naar Nha Thrang vertrokken. In tegenstelling tot de vorige nachtbus hadden we niet de 5 achterste bedjes tot onze beschikking maar lagen we met z'n vijven op een rij met naast Lotte een dikke stinkende Fransman ;( Geen goede keuze om achterin te gaan liggen!
Om 5 uur 's ochtends kwamen we aan in Nha Thrang. De zon kwam op en heel de stad was al opgestaan om Chai Chi en andere lichaamsoefeningen te doen. Het enige wat wij wilden was slapen, dus snel allemaal hoteleigenaren wakkergemaakt om een kamer te bemachtigen.
Na het strand van Hoi An viel het strand van Nha Thrang een beetje tegen en het water was hier bijna te warm om in te zwemmen, zelfs met deze hitte blijf je liever uit het water! Het enige wat we in Nha Thrang hebben gedaan is een snorkeltrip. De hele dag voer een bootje ons langs verschillende eilandjes waar we dan konden snorkelen. Nha Thrang staat bekend om de beste duik en snorkelplek van Vietnam en dat is zeker waar! Het koraalrif en de kleurrijke visjes waren echt super mooi!
Toen was het tijd voor de volgende bestemming; Dalat. Na alle hitte keken we uit naar dit relaxte en koele klimaat want het dorpje ligt op 1500 m hoogte in het binnenland. We hebben dan ook heerlijk geslapen zonder airco of fan maar onder een dikke deken! (niet voor te stellen in NL, maar hier is dat echt genieten!) Dalat zelf was niet zo boeiend dus besloten we de volgende dag weer verder te gaan. Deze keer niet met de bus maar op de motor met de Easy Riders, zoals ze zich noemen. Onder begeleiding van 2 Vietnamese gidsen met elk hun eigen motor toerden we achterop de motor door het binnenland van Vietnam. We hebben in die 2 dagen Vietnam echt op een andere manier leren kennen. Onderweg hebben we vele stops gemaakt bij locals die van alles en nog wat produceren. We hebben gezien hoe tofu wordt gemaakt, hoe champions op een apparte worden gekweekt en hoe rijstwijn, noodles en zijde wordt gemaakt. Ook zijn we bij koffie en thee plantages geweest en bij een bamboemattenmakerij waar Dim de Vietnamese waterpijp heeft gerookt. De plaatselijke markt in het dorpje Di Linh, waar we overnachtten, was het hoogtepunt van dag. Samen met onze gids liepen we over de markt en liet ons alle dingen zien die we niet kenden. Op die markt waren nog maar weinig Westerse mensen geweest, iedereen vroeg aan onze Vietnamese gids waar we vandaan kwamen en waren verbaasd over onze blauwe ogen. We werden constant aangestaard, heel apart. Lotte moest zelfs naast een Vietnamees vrouwtje vis gaan verkopen. Ook werden we meegesleept in het locale gokspelletje en heeft Lotte nog 5000 Dong (20 cent!) gewonnen! (Lucky girl;)).
Na de markt gingen we naar ons hotel en 's avonds aten we met onze Vietnamese gidsen bij een local restaurantje waar we geit hebben gegeten en we onze gids een paar Nederlandse woordjes hebben geleerd. Naast 'Scheveningen' klinkt 'borrelnoot' ook heel leuk als een Vietnamees het uitspreekt.
De volgende dag werd onze motortrip al vroeg voortgezet. Op weg naar de eindbestemming Mui Ne hebben we een bakstenenfabriek bezocht, een primitief dorpje op een berg midden in de jungle en hebben we gezien hoe dragonfruit groeit en hoe cashewnoten aan de bomen groeien. Het landschap in die 2 dagen veranderde van een kaal heuvel en bergachtig landschap met kassen ( het leek wel NL!) naar een bergachtige jungle en uiteindelijk naar de duinen en de zee. Op een motor zie je echt veel meer dan in de bus en van deze (voor ons dure trip) hebben we dan ook echt geen spijt!
Aangekomen in Mui Ne konden we weer merken dat we weer op zeeniveau zaten en niet meer in de bergen, het was weer bloedheet! Gelukkig hadden we snel een hotel met zwembad gevonden, waar we veel tijd in hebben doorgebracht. Mui Ne is de badplaats van Vietnam, maar voor ons staat nog steeds Hoi An als strand op nummer 1. De ouders van Lotte sloten hun reis naar Vietnam hier af dus hebben we daar afscheid van ze genomen. Het was heel gezellig en thanks voor de gratis etentjes en natuurlijk voor alle spullen die jullie hebben meegenomen!!!!
Na Mui Ne zijn we naar Ho Chi Minh City (Saigon) vertrokken. HCMC is de grootste stad van Vietnam met 10 miljoen inwoners en 7 miljoen scooters! Vergeleken met Ha Noi heeft deze stad veel meer sfeer. De dag na aankomst hebben de bekende Cu Chi tunnels bezocht. Dit is een gigantisch ondergrond tunnelcomplex dat tijdens de Vietnamoorlog diende als schuilplaats voor de Viet Cong. Dit 250 km lange tunnelcomplex was een complete ondergrondse stad van 3 niveaus. We zijn ook de tunnels in geweest, een stukje dat voor toeristen groter is gemaakt want Vietnamesen zijn een stuk kleiner dan Westerlingen. De Vietnamesen hadden hier ook hun voordeel bij tijdens de oorlog want ze maakten de tunnels net groot genoeg voor hen zodat de grote Amerikanen er vaak niet inkonden. Ook kon je verschillende vallen zien waar de Amerikanen in zijn gelopen, ziet er erg pijnlijk uit! Het was heel bizar om te zien dat 15.000 Vietnamesen hier een aantal jaren in hebben geleefd en dat maar 40% het heeft overleefd.
Terug in HCMC zijn we nog naar het oorlogsmuseum geweest en zijn we door de luxe straten gelopen met dure winkels en hotels die we in heel Vietnam nog niet hadden gezien. Het is duidelijk dat HCMC de meest onwikkelde stad is van Vietnam, terwijl het niet de hoofdstad is.
Na 3 dagen HCMC vertrokken we naar de Mekong Delta, een onafzienbare vlakte met rijstvelden tussen uitlopers van de Mekong rivier. Alles gebeurd hier op het water, we hebben dan ook een van de velen Floating Markets bezocht. Ook hebben we gezien hoe ze hier allerlei lekkernijen van rijst en cocosnoten maken.
's Avonds sliepen we in een floating hotel, hoe kan het ook anders? De dag erna was alweer de laatste dag in Vietnam, we vertrokken met een bootje naar Cambodja, helemaal naar Phnom Phen, de hoofdstad van Cambodja. Bij aankomst stonden Peter en Dick, de ooms van Dimitri ons op te wachten. Zij wonen al een paar jaar in Phnom Phen en en runnen hier een restaurant (El Mundo)en een ijssalon en coffeelounge (Chill). We weten nog niet hoelang we hier blijven, dus we zien wel...
De foto's komen er ook snel weer aan!
' s Ochtends op 1 april zijn we Vietnam ingereden met het overvolle busje waar onze vorige update over ging. Vanaf Dien Bien Phu zijn we de volgende dag gelijk doorgegaan naar Sapa, helemaal in het noorden van Vietnam. De gehele rit was een grote bouwput, echt overal worden wegen of bruggen aangelegd. Wat een verschil met Laos! Een mooie rit was het dus niet echt...Er was ons verteld dat die rit maar 7 uur zou duren, maar eenmaal onderweg werd het later en later....uiteindelijk kwamen we na een bergrit van 13 uur aan in Sapa. Vergeleken met de vorige rit hadden wel een hele stoel per persoon tot onze beschikking, dat waardeer je dan weer des te meer!
Vietnam
Maar eerst even wat feitjes over Vietnam
Vietnam heeft een oppervlakte van 330.000 km2 en is daarmee even groot als Noorwegen. Vietnam grenst aan China, Laos en Cambodja en grenst grotendeels aan zee, de Zuid-Chinese zee en de Golf van Thailand. De kustlijn is totaal 2500 km lang. De hoofdstad van Vietnam is Hanoi. De grenzen van Vietnam zijn nog niet zo lang opengesteld voor buitenlanders, maar het toerisme komt nu snel op gang. De wonden van de Vietnam oorlog, die in 1975 pas is geeindigd, zijn nog overal goed zichtbaar, dat is ook niet zo gek als je je beseft dat er drie keer zoveel bommen op Vietnam zijn afgeworpen als dat er in de Tweede Wereldoorlog op Europa zijn gevallen.
Vietnam heeft een prachtig en bijzonder afwisselend landschap. Een groot deel van het land bestaat uit heuvels en bergen. De lange kustlijn bestaat o.a. uit vele mooie stranden. In het zuiden ligt de beroemde Mekong Delta, een van de grootste rijstproducenten van de wereld.
Genoeg te zien dus, gelukkig hebben we een visum voor 3 maanden!
's Avonds rond 20.00 uur waren we dus in Sapa aangekomen. Sapa ligt op 1650 m hoogte, het is een schattig bergdorpje omringd door rijstvelden die op de bergen zijn aangelegd. Het uitzicht zou super mooi moeten zijn, alleen moesten we 2 dagen wachten totdat we dat mochten aanschouwen. Dikke wolken blijven hangen in het dorpje, waardoor je amper de overkant van de straat kan zien. Maar na 2 dagen dreef de wolk dan eindelijk weg en konden we vanaf ons balkonnetje van het super mooie uitzicht genieten!
Het hotel was het mooiste en goedkoopste hotel van Sapa. Waarom het zo goedkoop was kwamen we na de eerste nacht achter; naast het hotel en pal naast onze kamer was een stuk berg die nog even weggehakt moest worden. Om 7 uur 's ochtends werden we ons heerlijk zachte bedje uitgedrild en deed de electriciteit het ook nog eens niet. Geen warme douche dus! Dan maar snel tassen inpakken en op zoek naar een ander hotel of guesthouse. Na een uur in Sapa rondgelopen te hebben zijn we toch maar weer teruggegaan naar ons eerste hotelletje. Conclusie; heel Sapa is een bouwput (qua lawaai dan), heel Sapa zat zonder electriciteit en wij hadden toch echt het mooiste en goedkoopste hotelletje. De mensen van het hotel moesten wel lachten toen ze ons weer zagen aankomen met onze tassen, haha.
De volgende dagen hebben we Sapa verkend. Het lijkt echt op een wintersportdorpje, het was er zelfs koud als de zon niet scheen. Een jas hebben we niet bij ons, maar in Sapa hebben we die toch echt gemist! Maar als de zon eenmaal achter de wolken doorbreekt, kan je gelukkig weer in je shirtje lopen! De mensen uit de bergdorpen komen elke dag naar Sapa om daar allerlei dingen te verkopen, van oorbellen tot handgeweven doeken tot aanstekers, en allemaal verkopen ze precies hetzelfde! Je zou zeggen dat als je maar net iets anders verkoopt, dat je dan veel meer verkoopt, maar daar zijn die mensen nog niet achter.... Maar het is mooi om te zien hoe deze mensen eruit zien, elk bergvolk heeft z'n eigen kleding, allemaal precies hetzelfde. Vrouwen van het bergvolk de Hmong en de Mien zeulen met kinderen op hun rug of met manden vol met spullen om te verkopen. Allemaal proberen ze een praatje met je te maken met hun openingszin; Where're you from?? en vervolgens proberen ze je allemaal dingen aan te smeren. Na een paar dagen ben je dat echt wel zat...maar hen negeren went ook al snel!
Vlakbij Sapa ligt de hoogtste berg van Vietnam, de Fansipan. Met 5 Belgen hebben we overwogen om een trekking naar deze berg te maken, maar zij waren toch iets beter voorbereid dan wij; bergschoenen en een jas had je toch echt wel nodig! Helaas hebben we moeten afhaken nadat we onze schoenen lieten zien waarmee we de berg wilden beklimmen, we werden gewoon uitgelachen! Geen goed idee dus. Dan maar zelf in de buurt wat rondgelopen en een scootertje gehuurd, echt een super mooie natuur hier!
Na een week was het tijd om verder te reizen, op naar Ha Noi! Een paar dagen van te voren hadden we een treinticket voor de nachttrein geboekt. De trein vertrekt niet vanuit Sapa, maar vanuit Lao Cai, een uurtje van Sapa vandaan. Met een busje moesten we dus eerst naar Lao Cai. Gelukkig waren we vroeg genoeg een busje gaan zoeken, want de busjes rijden net zolang rondjes door Sapa totdat ze genoeg mensen hebben gevonden om mee te gaan voordat de bus naar Lao Cai vertrekt. Wij zaten als eerste in het busje en vonden al snel 2 andere mensen. Helaas was dit voor de buschauffeur nog niet genoeg en hebben we nog een uur door Sapa gereden. De wijze les die we vandaag weer hebben geleerd; stap nooit in een leeg busje als het busje niet op vaste tijden vertrekt! Gelukkig heeft de buschauffeur het zoeken naar mensen na een uur opgegeven en vertrokken we richting Lao Cai.
In de nachttrein kan je hier kiezen tussen een softsleepter, hardsleeper, hardseat en softseat. De trein vertrok om 19.30 en zou om 4.00 aankomen. Een softseat was wel goed dachten we, en goedkoper dan een soft- of hardsleeper, maar dat bleek toch geen goede keuze; krappe stoelen die maar 5 cm naar achter konden. Daar moet je dan de nacht in doorbrengen! Uiteindelijk is Lotte maar op de grond gaan slapen, tja, je moet toch wat als je een beetje wilt slapen...
Na een slopende nacht kwamen we dan om 4.00 uur aan in Ha Noi, de hoofdstad van Vietnam. Na opgelicht te zijn door een taxichauffeur kwamen we tot de conclusie dat alle hotels gesloten waren. Balen, dat wordt nog een paar uurtjes op straat doorbrengen dachten we! Gelukkig kwamen we wat mannetjes tegen die mensen voor hotels aan het ronselen waren en zij konden een hotel voor ons open doen en konden we nog een paar uurtjes slapen! Achteraf een heel leuk hotelletje voor niet al te veel geld (voor Ha Noi dan).
's Nachts leek Ha Noi wel uitgestorven, maar overdag was dat wel anders. In Ha Noi rijden 2 miljoen scooters rond op 3,7 miljoen mensen en die scooters kunnen niks anders dan als gekken rijden en vooral....TOETEREN!!! De hele dag hoor je alleen maar getoeter, echt niet normaal. De weg oversteken is ook een hele opgave. Stoplichten worden standaard genegeerd dus je moet maar gewoon lopen. De kunst is om heel rustig en op hetzelfde tempo de straat over te lopen, niet stoppen, niet rennen, dan komt het meestal wel goed. In het begin is dat best eng, want de scootertjes scheuren aan alle kanten om je heen, maar het went gelukkig snel! Het voordeel is dat je nooit voor het stoplicht hoeft te wachten!
In het oude centrum van Ha Noi verkopen ze in elke straat iets anders. Vroeger had elk beroep z'n eigen straat, tegenwoordig is dat in stand gehouden door hetzelfde te verkopen in dezelfde straat. Zo heb je de schoenenstraat, de hoedenstraat, de metaalstraat, de sierradenstraat, de handdoeken straat en noem maar op!
Ha Noi was de vroegere woonplaats van Ho Chi Minh (Hij was oprichter van de Viet Minh, minister-president van Noord Vietnam in 1954 en president van Noord-Vietnam van 1954 tot 1969), en tijdens ons culturele middagje hebben we zijn graf en zijn huis bezocht. Ook hebben we het presidenteel paleis en de 1 zuilige pagode bekeken en hebben we in een echte fietstaxi gezeten, dat moet je als toerist toch gedaan hebben!
' s Avonds hebben het waterpoppentheater bezocht en daarna zijn de bij het centrale meer in Ha Noi gaan zitten met een biertje. Al snel kwamen er een paar Vietnamese jongeren bij ons zitten. Leuk om met ze te praten, wij weten weer meer over de Vietnamezen en zij hebben hun engels weer geoefend! We werden ook gelijk uitgenodigd om bij ze te komen eten de volgende dag, maar helaas hadden we al een ticket naar Halong Bay geboekt.
Inmiddels was het alweer 11 april. We vertrokken vroeg met de bus naar Halong City. Vanaf daar varen alle boten door Halong Bay. Halong Bay behoort tot een van de 7 natuur wereldwonderen! Het is een grote baai met duizende kleine eilandjes die loodrecht uit de zee opdoemen en grootendeels onbewoond zijn. Met een houten boot hebben we een tour langs deze eilandjes gemaakt. Onderweg nog bij een grot aangelegd om deze te bezoeken en vervolgens weer verder te varen. Ondanks de bewolking was het toch echt super super mooi! Tot nu toe de mooiste natuur die we hebben gezien!
Na 4 uur varen kwamen we aan op Cat Ba Island, het grootste eiland van Halong Bay met een groot nationaal park. Voor de eerste nacht hadden we een hotel geregeld, maar voor de dagen daarna zijn we snel op zoek gedaan naar een hotelletje met uitzicht op de baai. Uiteindelijk iets leuks gevonden voor maar 5 euro per nacht met z'n tweeen. Helaas is het de rest van de week niet echt mooi weer geweest, bewolking en regen. Maar ondanks dat hebben we met een scootertje het hele eiland rondgecrosst, hebben we de witte afgelegen zandstranden gezien en hebben we een trekking gemaakt door het nationale park. Deze trekking duurde de hele dag; 5 uur lopen door de jungle, klimmen over rotsen, onderweg gestopt bij een froglake, geluncht in een klein dorpje bij locals en een boottripje terug gemaakt naar het beginpunt. Echt een mooie en leuke trip! De volgende dag konden we ons beentjes voelen!
Omdat het weer er niet beter op werd, besloten we om verder te reizen naar het zuiden. Dit werd de langste reis tot nu toe; eerst met de bus naar de boot, toen met de boot naar Halong City, het vaste land, daarna met de bus naar Ha Noi om vervolgens gelijk met de nachtbus door te gaan naar Hue; bij elkaar 25 uur! Wat een reis! We hadden wel geluk met de nachtbus. De bus was halfleeg en wij hadden met z'n tweeen de achterste 5 bedjes tot onze beschikking! Ideaal dus! Dit hadden we ook wel verdient na die vreselijke reis in Laos!
Maar goed, we zijn nu in Hue, maar daarover later meer. We blijven hier nog een dag en vertrekken verder richting het zuiden, naar Hoi An.
Laat vooral weer veel reacties achter, is echt leuk om te lezen! De foto's zullen we ook snel erop gaan zetten!!
De dag na het schrijven van het vorige stukje hebben we een drukke dag in en rond Luang Prabang gehad. Zo hebben we een bezoek gebracht aan de Pak Ou grotten. In deze 2 grotten bevinden zich duizenden kleine boedha beeldjes, achtergelaten door locale Laotianen met als reden dat ze geloven dat dit geluk voor het komende jaar gaat brengen. Hierna hebben we een bezoek gebracht aan een wiskey-dorpje en hebben we in een ander dorpje kunnen zien hoe sjawls en doeken worden geweven om vervolgens op de night-markt te worden verkocht. 's Avonds hebben we na de tip van ome Dick ook gelijk een aantal handgeweven sjawls gekocht, om vervolgens de dag af te sluiten met een westerse pizza. De volgende dag werd duidelijk dat het bezoek aan de Pak Ou grotten ons geen geluk heeft gebracht, beide werden we namelijk wakker met een voedselvergiftiging!!! Gelukkig zaten we in een relaxed guesthouse waar we nog 3 dagen hebben uitgeziekt. Nadat onze buikjes weer tot rust waren gekomen zijn we met een mini-busje verder naar het noorden van Laos gegaan. Deze rit ging naar onze mening en die van de rest van de mensen in de bus iets te snel. De geplande 4 uur werd door onze chaffeur A.K.A. de Laotiaanse M. Schumacher teruggebracht tot 2,5 uur. Eerder dan gepland door onze snelle rit over wat ze hier een weg noemen en het net aan ontwijken van schoolkinderen kwamen we aan in Nong Khiaw. Van hieruit zijn we direct in een bootje gestapt. Na een uur tegen de stroom in (incl. stroomversnellingen, DWD is er niks bij;)!!) door een mooie vallei te hebben gevaren kwamen we bij onze eindbestemming voor deze dag; Muang Ngoi Neua, een heel klein primitief dorpje langs de rivier de Nam Ou. Dit dorpje is alleen bereikbaar via deze rivier en wordt omsloten door grote bergen en jungle. Elektriciteit kent het dorp alleen tussen 6 en 10 uur 's avonds. Hierna verdwijnt het dorp in de nacht om met zonsopkomst weer te ontwaken.
Ons visum liep af binnen een paar dagen dus na 2 nachten gingen we verder naar onze laatste bestemming in Laos. Na weer een prachtige bootrit, dit keer van 5 uur, kwamen we aan in Muang Khua. Na een guesthouse gevonden te hebben zijn we direct opzoek gegaan naar een ATM om voor het laatst Laotiaans geld te pinnen. Tot onze grote schrik was dit niet mogelijk in dit dorp en moesten we noodgedwongen heel erg zuinig zijn met ons laatst overgebleven geld. Gelukkig hadden we een paar zakjes noodles van ons buikgriepdieet over en hebben we deze die avond maar opgegeten, eigenlijk niks mis mee en we hebben er een hoop geld mee bespaard. De volgende dag zouden we gelukkig in Vietnam kunnen pinnen.
Laatste dag Laos, om nooit te vergeten!
Op een belangrijke verbinding, namelijk de rit naar Vietnam, vertrekt vanaf Muang Khua in Laos per dag maar 1 busje om 5 uur 's ochtends. Het busje vertrekt aan de overkant van de rivier, dus je moet extra vroeg zijn en hopen dat er een bootje ligt om je naar de overkant te varen. Maar goed, in dat ene busje passen normaal gesproken 20 mensen. Je zou zeggen dat dit genoeg is voor zo'n klein dorpje in de middle of knowhere, maar dat is niet het geval als er nog 20 zakken knoflook de stoelen bezet houden en er die dag zoveel mensen meewillen omdat de dag ervoor het busje gewoon niet is vertrokken. Wij waren extra vroeg opgestaan, 3.30 uur, om er zeker van te zijn dat we meekonden. Ook hebben we het gered met ons laatste geld want het busticket pastte nog in ons budget door het eten van de noodles. Als 1 van de eerste zaten we in de bus op 1 van de 7 stoelen die niet bezet waren door de knoflook. We hebben in ieder geval een stoel dachten we, maar dat bleek te vroeg gejuicht. De ene na de andere local stapte in en de bus zat vol. Maar helaas was het nog geen 5.00 uur, dus de bus vertrok nog niet en intussen hadden zich nog 20 andere backpackers naast het busje verzameld. Ze moesten en zouden meegaan want van veel liep hun visum af. Logisch dus, wij hadden hetzelfde probleem. Maar goed, iemand kwam op het idee om wat extra ruimte te maken door wat zakken knoflook op het dak te binden, dat overigens al overvol lag. Het stapelen van mensen in de bus was begonnen!! Uitendelijk moesten er wat locals plaatsmaken voor backpackers, maar andere locals stapte 5 km verder gewoon in en gingen doodleuk op een hoofdleuning zitten halfhangend naar buiten door het raam. Tja, je moet wat als je die dag echt naar vietnam wilt. Intussen waren onze eerst nog riante zitplaatsen ingewisseld voor een zitplaats zonder rugleuning en waarbij je je benen zo ongeveer in je nek moest leggen. Maar goed, alle 40 mensen konden die dag naar Vietnam.
Van een weg kan je nou ook niet spreken, stenen, zand, afgewisseld met modder en stukken rivier moesten de weg voorstellen. Omdat we zo zwaar beladen waren had het busje het er maar moeilijk mee. Af en toe moest iedereen de bus uit om de bus door de modder te duwen, of we moesten een stuk lopen omdat de bus door de rivier moest rijden en het water gewoon naar binnen liep. Maar dat uitstappen was obsoluut niet erg, eindelijk kon je je benen strekken. Soms is de weg ook gewoon gesloten omdat een bulldozer de weg nog even moet maken. Dan wachten we toch gewoon even een uurtje! Dat is hier de normaalste zaak van de wereld. Dim had het maar zwaar, een Vietnamese jongen zat bij hem op de hoofdleuning en viel voortdurend in slaap, hangend op z'n schouders. Op een gegeven moment werd hij zelfs helemaal omhelsd, maar daar kan die jongen ook niks aan doen, hij had de ergste plek van de bus. Doordat je ongeveer op elkaar zat en we de meest bizarre dingen meemaakten, was het wel gezellig in de bus.
Na ongeveer 7 uur waren we bij de grens van Vietnam. Mensen moeten zich erover hebben verbaasd hoeveel mensen er uit 1 busje kunnen stappen. Een visum voor Vietnam kan je niet aan de grens krijgen wist iedereen, behalve 2 Fransen die we dus ook bij de grens moesten achterlaten. Wel iets meer ruimte in de bus was de eerste gedachte bij velen.
Vietnam is iets beter ontwikkeld dan Laos en dat verschil werd gelijk zichtbaar, sinds een lange tijd zagen we asfalt wegen, wat een opluchting!
Uiteindelijk na 9,5 uur kwamen we op de plaats van bestemming, Dien Bien Phu.
1 ding weten we zeker, de ergste busrit van onze hele reis hebben we gehad!!!!!!
Intussen zitten we in Sapa, helemaal in het noorden van Vietnam, maar daarover later meer.
Sabadii!
Onze update was geeindigd in Pakse. Na Paske zijn we met een echte local bus; rammelende, kapotte, vieze en overvolle bus die berg op niet harder dan 5 km/h en op de vlakke wegen maximaal 40 km/h rijdt, naar Tat Lo vertrokken. Tat Lo ligt op het Bolaven Plateau in het midden van Laos. Het is een piep klein dorpje van 2 straten wat aan de rivier ligt. Na de busrit zijn we zelf op avontuur gegaan en hebben gehiked over de rotsen van de rivier en zijn 2 super mooie watervallen tegenkomen. Ook kwamen we jongetjes tegen die krekels en hagedisjes aan het vangen waren, dit deden ze met een lange bamboo stok met hars of lijm eraan, en moesten we allemaal kinderen van ons afslaan die onze armbandjes en kettinkjes wilden hebben. Dimitri heeft zijn training voor deze maand weer gehad door met de plaatselijke kidz een potje te voetballen.
Voor het eerst hebben we het koud gehad in Azie! Tat Lo ligt een stukje de bergen in en het koelde 's avonds flink af. Ons hutje was nou niet echt zo geisoleerd dat de kou buiten bleef (een bamboo hutje waar je overal naar buiten kon kijken), dus zat er niks anders op dan onze lange broek en trui aan te trekken en daarmee onder de deken te kruipen. Opzich ook wel een keer lekker, elke dag zweten is ook niet alles!
Ook hebben we de Lao Lao, de locale wiskey, geproefd, Dimitri deed het denken aan ' een dopje', maar Lotte houdt het bij de Beer Lao.
Na 1 nachtje zijn we weer terug gegaan naar Pakse, intussen al de 3e keer dat we daar waren. Daar hebben we gelijk de nachtbus voor die avond geboekt op weg naar Vientiane, de hoofdstad van Laos.
De nachtbus is geen aanrader, met z'n tweeen lig je op een keiharde matras voor 1 persoon, zonder gordijntjes, in een rammelende bus die over slechte slingerwegen naar het noorden rijdt. Na dus een nacht amper te hebben geslapen kwamen we om 6.00 uur ‘s ochtends aan in Vientiane. Op zoek naar een guesthouse dan maar, om nog even te slapen! 's middags de eerste indrukken van Vientiane opgedaan. Deze stad lijkt wel westerser dan Bangkok! Het is heel klein, alles is goed beloopbaar en de Franse invloeden zijn hier nog meer zichtbaar dan in Pakse; Franse gebouwen, boulangeries en croissanteries (waar je btw heerlijk kan ontbijten met een vers croissantje, vers fruit met yoghurt (echte Dutch Mill) en een lekker kopje koffie) en niet te vergeten de Laotiaanse Arc de Triomphe aan de Champs-Elysees! (foto volgt later).
De volgende dag zijn we op de fiets de hoogtepunten van Vientiane gaan bekijken en zijn we op zoek gegaan naar het ‘ enorme waterpark' dat in 2010 wel klaar moest zijn volgens de Loney Planet. Een frisse duik kondenwe wel gebruiken, maar eenmaal het 'enorme waterpark' te hebben gevonden, viel dat een beetje tegen; In Laos verstaan ze onder een 'enorm waterpark' een kleine bak met water en 2 glijbanen van maximaal 4 meter lang. Helaas! Dan maar op zoek naar het plaatselijke zwembad met teveel chloor in het water, waar we de volgende dag een paar uurtjes hebben doorgebracht.
Maandag was het tijd om weer verder te reizen, weg uit de 'grote' stad, op naar het kleine, rustige en loungende Vang Vieng, zo stond het in de Loney Planet beschreven.
Het dorpje bestaat voornamelijk uit guesthouses, restaurantjes en barretjes gericht op backpackers, maar de sfeer is er wel goed! Als je niet van Friends houdt, moet je hier z.s.m. weg, want dat wordt op grote tv's in elk restaurantje uitgezonden! Opzich wel chill als je een beetje brak bent van de Lao Lao.
Maar wij hebben wel meer gedaan dan alleen maar friends kijken; in een paar dagen tijd hebben we 3 dagen een mountainbike gehuurd op zoek naar de vele grotten in de buurt. De eerste de beste grot werden we ingeloodst door een paar kinderen die onze gidsen werden. Bukkend, kruipend en springend zijn we een uur lang door een grot met allemaal smalle gangetjes rondgeleid met als resultaat dat we helemaal onder de modder weer naar buiten kwamen. ' Money for guide?' waren bijna de enige engelse woorden die de kinderen konden uitbrengen en we hebben ze dan ook maar wat fooi gegeven.
De volgende dag hadden we het doel de grot met de blue lagoon te vinden. Na 7 km over stenen- en zand weggettjes gefietst te hebben, kwamen we daar helemaal bezweet aan. De grot was mooi, maar de blue lagoon buiten de grot was nog veel mooier. Gelukkig konden we hier ook lekker zwemmen in het heldere blauwe water.
Laos is bij uitstek een van de beste landen om te klimmen, dus konden we dat hier natuurlijk niet overslaan. In een super mooie kleine vallei van rotsen hebben we 6 routes geklommen; na afloop helemaal kapot en voldaan.
De laatste dag in Vang Vieng zijn we op de mountainbikes gestapt om nog verder het super mooie landschap te verkennen. Na een paar uur en na meerdere keren ons afgevraagd te hebben of we verdwaald waren (de bordjes langs de zandweggetjes gaven alleen nog maar Laotiaanse tekens aan i.p.v. de engelse vertaling op plekken waar normaal toeristen komen) kwamen we gelukkig na een rondje van ongeveer 35 km weer terug bij ons guesthouse, helemaal kapot en zo rood als een tomaat. Maar we hadden tenminste wel echt gesport vandaag! (Dat mag ook wel na 5 weken niet echt sporten;))
Na 6 dagen Vang Vieng zijn we verder richting het noorden van Laos gereisd. Next stop: Luang Brabang. Om dit gezellig klinkende stadje te bereiken hebben we een busrit van 8 uur over 230 km moeten doorstaan (reken maar uit hoe hard de bus ging). Het leek wel 8 uur lang op een bergweggetje naar de top van een wintersportgebied, maar dan zonder sneeuw en met veel rook. De locals steken in de maanden februari, maart en april hele stukken bos/jungle in de fik om de grond zo vruchtbaar mogelijk te maken voordat de regentijd begint. Logisch voor de mensen maar zo ontzettend zonde voor het uitzicht op dit super mooie beglandschap.
Luang Prabang is een sfeervolle stad met een geheel eigen sfeer en staat in z'n geheel op de werelderfgoedlijst van Unesco. Ook de Nightmarkt met gewevenstoffen, schilderijen, lampjes enz is een grote toeristentrekker en wij hebben de eeste souvenirtjes er al gekocht.
Gister zijn we naar de bekende Khan Si Waterval geweest, met vele blue lagoons en mooie omgeving de mooiste waterval die we tot nu toe gezien hebben.
Ons plan; we blijven hier nog een paar dagen en gaan dan verder richting het noorden en vervolgens daar de grens met Vietnam over te gaan.
Sabadii!
Waar waren we gebleven? Oja, Koh Chang......
Naast het lekker op het strand liggen, zwemmen en bruin worden hebben we natuurlijk nog meer dingen gedaan. Zo hebben we voor een tweede keer een scootertje gehuurd om een van de vele watervallen, De Klong Plu, te bezoeken. Deze waterval ligt midden in de jungle, dus na een scooterritje moesten we nog een stukje hiken door de jungle om bij de waterval te komen. (Dimitri voorop als slangenspotter;) ) Daar aangekomen hebben we heerlijk in het koude water gezwommen. Ook hebben we een van de vele party's meegemaakt. Het recept voor een goede party op Koh Chang: veel verschillende nationaliteiten, veel sterke drank/cocktails (geschonken in buckets), liter flessen bier, trance muziek (groot minpunt;) ), en natuurlijk de Thaise travestieten!!! Dus alles bij elkaar opgeteld een erg leuke party!!!
Na 9 dagen op dit tropische eilandje zijn we met de bus weer terug richting Bangkok vertrokken.
In Bangkok kwamen we heel toevallig mensen tegen die we op Koh Chang hadden ontmoet en zijn met hun ergens wat gaan drinken. Na het drinken van een paar biertjes en weddenschap te hebben verloren, zijn we bij een Ping-Pong Show beland. Echt een hele belevenis!! Echt heel heel heel bizar wat je allemaal te zien krijgt en eigenlijk ook wel erg triest. Maar al met al hadden we dit niet willen missen en hoort dit ook wel een beetje bij de totale Bangkok experience. Met een kleine kater en nog vol ongeloof van de avond ervoor, zijn we de volgende dag om 20.30 uur met de nachttrein richting Laos vertrokken. Echt heel leuk om mee te maken, gewoon 1 grote lange trein met soort van stapelbedden met vooral locals in de trein. Na de hele nacht lekker geslapen te hebben kwamen we om 8 uur 's morgens aan in Ubon Ratchathani. Hierna zijn we via een overvol busje (zo vol dat Dimitri achterop een rekje moest staan) en een normale tourbus in Laos aangekomen.
LAOS
Eerst even wat feitjes over Laos:
Laos is een van de armste landen van Azie en ondanks de recente vooruitgang blijft het een ontwikkelingsland. Tot voor kort was Laos het minst geasfalteerde land van de wereld en rijden er tot op heden nog geen treinen. Laos is het enige land van heel Zuid Oost Azie dat geheel door andere landen wordt omsloten; China, Vietnam, Cambodja, Thailand en Myanmar. Het bergachtige en ruige land in zijn totaal is iets groter dan Groot Brittannie. Erg belangrijk voor Laos is de Mekong Rivier, deze is naast een verkeersader ook de belangrijkse levensader van Laos. De lengte van de Mekong rivier op Laotiaans grondgebied is 1800 km. In het verleden was Laos een kolonie van Frankrijk, dit zie je terug in de Franse architectuur en de Franse Baguettes (die echt heerlijk zijn!). Tenslotte is de nationale munteenheid de ' kip' en zijn we inmiddels in Laos millionair, want de koers is 1 euro = 11.000 kip.
De eerste stop in Laos was Pakse. Pakse is de hoofdstad van het zuidelijk deel van Laos. Je merkt hier gelijk goed het verschil met Thailand; het is hier een stuk rustiger en een stuk minder op toerisme gericht. Na 1 nacht in Pakse te hebben geslapen zijn we naar de 4000 islands vertrokken. Dit ligt in het meest zuidelijke puntje van Laos, waar de Mekong rivier zich splitst in verschillende armen en ontstaan er duizenden eilandjes en zandbanken. Wij zijn via een gammel houten bootje op het eilandje Don Det beland, een heel klein, primitief en laidback eilandje dat alleen zandpaadjes kent en waar de locals in en om de rivier leven. Hier hebben we een mooi hutje gevonden met uitzicht op de rivier. Het mooie is dat er de hele dag wat te zien is; locals die zich wassen, afwassen, de was doen, zwemmen en vissen! We hebben met dit uitzicht een heel mooi beeld gekregen van het alledaagse leven van de locals. De eerste dag hebben we het eilandje op de fietst verkend (een rondje van hooguit een uurtje). Elk huis staat hier op palen waardoor je een grote open ruimte onder het huis hebt waar de bewoners de hele dag in de schaduw aan de zon proberen te ontsnappen om vervolgens aan het einde van de middag weer tot leven te komen. Ook hebben we een trip naar de Phan Peng waterval gemaakt; de grootste van Zuid Oost Azie en de breedste van de wereld. Echt heel indrukwekkend!!!
De rest van de tijd hebben we heerlijk gezwommen in de Mekong en veel tijd in onze hangmat doorgebracht. Na 3 nachten waren we genoodzaakt het eiland weer te verlaten omdat we niet voldoende geld meegenomen hadden. We waren er vanuit gegaan dat er wel een pinautomaat zou zijn, wat dus niet het geval was. Achteraf een beetje domme veronderstelling natuurlijk, want als een eiland geen asfaltwegen heeft, electriciteit opwerkt d.m.v. een generator, is het natuurlijk logisch dat het eiland ook geen pinautomaat heeft. (wijze les voor de volgende keer;) )
Dus we hebben van ons laatste vergebleven geld een busticket terug naar Pakse gekocht. Gelukkig waren we niet de laatste in de bus, want de laatste 10 moesten op een plastic tuinstoeltje in het gangpad plaatsnemen. Na een busreis van 3 uur zijn we in Pakse aangekomen, vanwaar je nu dit berichtje schrijven.
Tot slot onze plannen; Bolaven Plateau en dan richting het noorden met als eerste stop Vientiane (de hoofdstad).
We vinden het ook leuk om dingen van jullie te horen, dus blijft vooral reacties schrijven!!!
Groetjes Dimitri en Lotte
Laat je e-mail achter en ik stuur je een mailtje als ik een nieuw verhaal of nieuwe foto's op de site heb gezet.